Tennis.html

 
ca de en es fr it nl no pl pt ru ro fi sv tr vo


 

Portaal:Portalenoverzicht
Portaal Tennis
Tennis in het verleden

Tennis is een balsport voor twee (enkelspel) of vier (dubbelspel) spelers, waarbij een kleine bal met een racket over een net gespeeld moet worden. Tennis wordt gespeeld voor het plezier of voor een wedstrijd.

Bij een wedstrijd moet de bal binnen de speelhelft van de tegenstander(s) worden geslagen met als doel het de tegenstander onmogelijk te maken de bal terug te slaan over het net en binnen het eigen speelveld. Als sport is tennis ideaal om het met een aantal bekenden te spelen, zonder aan georganiseerde wedstrijden mee te doen. Tennissers van wedstrijden en tennissers voor hun plezier zijn over het algemeen lid van tennisverenigingen. De Nederlandse overkoepelende organisatie voor het tennis is de KNLTB.

Ieder seizoen zijn er vier grote tennistoernooien, grandslams waarvan Wimbledon het meest prestigeus is.

Meestal spelen tennissers in witte kleding. De bal is meestal geel met witte lijn. Tennis is ontstaan in Engeland en wordt in zijn hedendaagse vorm gespeeld sinds 1873. De naam is evenwel afgeleid van het Franse woord "tenez!": "houd (de bal)!".

Inhoud

bewerk Speelgrond

Tennis wordt gespeeld op verschillende soorten ondergrond:

bewerk Typen tennis

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen recreatietennis, competitietennis en professioneel tennis of proftennis.

bewerk Competitietennis

  • Overkoepelende organisaties in Nederland en België.
  • Competitietennis in Nederland en België.

bewerk Professioneel tennis

De Belgische Justine Henin, voormalig nummer 1 bij de vrouwen.
De Spaanse Rafael Nadal met de beker van de French open in 2006
Kim Clijsters bij Wimbledon

bewerk Spelregels

Tennisbaan met afmetingen

bewerk Het veld

Het speelveld wordt in twee helften verdeeld door een net, dat in het midden standaard 91.4 cm hoog hangt en aan de zijkanten 107 cm hoog hangt. Elk van de twee speelhelften is verdeeld in drie vlakken: een achtervlak, en twee voorvlakken (service vakken). Het veld en de diverse vakken worden gescheiden door witte lijnen, die gelden als onderdeel van het speelveld. Een geslagen bal die buiten het veldkader van de tegenstander geslagen wordt (dwz. zelfs de lijn niet meer raakt) is 'uit' en levert de tegenstander een punt op. In het enkelspel wordt het veldkader begrensd door de binnenste zijlijnen. In de dubbelspelvariant worden de buitenste zijlijnen gebruikt. (Beide zijlijnen worden samen ook wel de 'tramrails' genoemd.)

bewerk Tennisrackets

Een tennisracket

Er zijn verschillende merken en soorten tennisrackets, waaronder:


bewerk Ballen

Tennisballen

Voor de grootte, gewicht en doorsnede van de ballen is alles vastgesteld: De doorsnee van de bal moet ongeveer 6,5 centimeter zijn. Het gewicht ongeveer 58 gram. De stuiterhoogte, als de bal van ongeveer 2,5 meter hoogte wordt losgelaten, moeten ze tussen de 1,27 en 1,52 meter hoog opstuiteren. Er zijn ook ballen zonder druk, die zijn harder dan de gewone ballen en spelen anders. Ballen zonder druk kan je langer houden; ze worden minder snel zacht.

Er worden in de professionele tenniswereld bijna uitsluitend gele tennisballen gebruikt. Bij training kunnen echter wel andere kleuren worden gebruikt. Geel-groene ballen zijn extra zachte ballen, die worden gebruikt bij mini's (jonge tennisspelers, meestal tot 7 jaar). Oranje-gele ballen zijn extra hard. Ze zijn erg geschikt om te worden afgeschoten door ballenmachines. Ballenmachines worden veel gebruikt bij trainingen.

bewerk Kleding

Vooral vroeger speelden tennissers in witte kleding. Tegenwoordig is dit minder streng. Meestal wordt door heren een t-shirt vaak een poloshirt en een korte broek (short) gedragen. Vrouwen dragen een shirt, een tennisrok of soms een korte broek of lange broek in de winter.

Ook wordt er gebruik gemaakt van tennisschoenen en tennishandschoenen.

bewerk Opslag of service

De bal wordt van achter de achterlijn, de baseline, in het spel gebracht met de opslag, waarbij de bal met één hand omhoog wordt geworpen en met het racket in de andere hand wordt geslagen. Opslag en service is hetzelfde. Dit kan onderhands en bovenhands gebeuren (onderhands serveren is weliswaar toegestaan, maar geoefende spelers hebben voordeel aan een bovenhandse service). De bal moet daarbij zonder het net te raken neerkomen in het voorvak van de tegenstander, diagonaal ten opzichte van de kant waar vandaan men serveert. Indien de bal het net raakt ( en in het service-vak komt) krijgt men een zogenaamde "let" en moet de opslag over worden gedaan, maar als de bal buiten het service-vak valt is het een fout. Dit "let" fenomeen kan zich tot in het oneindige herhalen, zonder dat het punt naar de tegenstander gaat.

Een teruggeslagen serveerslag noemt men een return. Een niet door de tegenstander aangeraakte, correcte serveerslag heet een ace. Een bal die op de netrand wordt geslagen is een netbal.

Men mag eenmaal een foute service (opslag) doen zonder direct puntverlies. Bij de tweede foute opslag, een dubbele fout genoemd, gaat het punt naar de tegenstander. Men mag bij het serveren de achterlijn niet met de voet(en) raken voordat de bal geraakt is: bij een voetfout is de service altijd fout, zelfs al komt de bal in het juiste vak. De opslagbeurt rouleert per game. Wie goed serveert heeft over het algemeen meer kans de game te winnen, al geldt dit in mindere mate bij dames. Verliest men de eigen opslagbeurt, dan is de tegenstander 'door de opslag gebroken' of heeft deze een (service)break gerealiseerd.

bewerk Een aantal soorten slagen

  • Forehand: slag waarbij de palm van de speelhand naar voren wordt gehouden. De forehand kan zowel enkelhandig als dubbelhandig geslagen worden. Een dubbelhandige forehand wordt zelden tot nooit gespeeld (Raemon Sluiter is een voorbeeld van een proftennisser met een dubbelhandige forehand).
  • Backhand: slag waarbij de rug van de speelhand naar voren wordt gehouden. De backhand kan zowel enkelhandig als dubbelhandig geslagen worden.
  • Groundstroke: lange slag, die a.h.w. het hele speelveld bestrijkt.
  • Slice/Backspin: onderscheiden in forehandslice en backhandslice. Techniek waarbij achterwaarts effect wordt bereikt door de bal met een neerwaartse beweging en een licht achterwaarts gekanteld racket te spelen.
  • Topspin: onderscheiden in forehandspin en backhandspin. Techniek waarbij voorwaarts effect wordt bereikt door de bal met een opwaartse beweging te spelen.
  • Dropshot: slag waarbij de speler de bal zodanig speelt dat die zo snel en steil mogelijk vlak achter het net de grond raakt en zo min mogelijk opstuit.
  • Smash: slag waarbij een hoge bal (meestal zonder stuit) boven het hoofd, met kracht wordt gespeeld, dus door een worpbeweging gelijkaardig aan de opslag.
Wapenend voor de smash
  • Volley: slag van de bal die niet heeft gestuit, kan zowel met de forehand als met de backhand in principe met een korte beweging gespeeld vanaf een positie bij het net, je gebruikt deze slag als je aan het net staat.
  • Half-volley: in principe een bal die midden in het vak, na een stuit gespeeld wordt.
  • Drive: een slag die tijdens een slagenwisseling zonder te stuiteren uit de lucht wordt geslagen op de manier van een normale forehand of backhand.
  • Ace: opslag waarbij de tegenstander de bal niet raakt

bewerk Puntentelling

De punten worden geteld volgens het traditionele Britse systeem: 15, 30, 40, game, set and match.

  • Een match of wedstrijd wordt gespeeld naar twee gewonnen sets, hoewel de heren in grote toernooien (Grand Slam, masters en Davis Cup) drie sets moeten winnen, en men dan maximaal een vijfsetter speelt. Voor vrouwen is het maximale aantal te spelen sets altijd drie, behalve met de finale van het Masterstoernooi aan het eind van het seizoen. Die wordt bij uitzondering via best-of-five beslist.
  • Een set wordt gewonnen door de speler die het eerst 6 games wint, met een verschil van twee games. Als de stand in een set 6-5 is en de speler die op 6 staat de volgende game wint, dan wordt het 7-5 en is de set afgelopen. Wordt het echter 6-6 dan zijn er twee mogelijkheden waarbij de tiebreak de meest gebruikelijke is:
    • doorspelen totdat er een verschil van twee games wordt bereikt.
    • er wordt een tiebreak gespeeld. Dit is te beschouwen als een bijzondere game en de winnaar van deze tiebreak wint de set.
  • Een game wint men door vier gewonnen punten, die geteld worden als 15, 30, 40 en 'game'. Nul punten duidt men in het Engels traditioneel aan met "love". Ook hier echter een verschil van twee. Als het 40-40 (deuce) wordt dan worden er nog minimaal 2 punten gespeeld. Eerst heb je advantage en dan game, advantage kan zowel voor de serveerder zijn als voor de ontvanger. Het kan lang duren tot de game uiteindelijk gewonnen wordt, doordat het na advantage steeds weer deuce kan worden.
  • Wanneer men "No-add" speelt is de game gewonnen na het eerstvolgende punt bij de stand 40-40 (deuce). De ontvanger beslist in deze situatie of het punt van links of van rechts wordt aangevangen.

bewerk Wedstrijdleiding

  • Elke professionele tennispartij wordt geleid door een scheidsrechter (umpire), die op een verhoogde stoel aan een uiteinde van het net zit. De scheidsrechter kent de punten toe, beslist in twijfelgevallen (was de bal uit of in?), geeft de verplichte rustpauzes en spelhervattingen aan, geeft zo nodig toestemming voor blessurebehandeling, plaspauzes en shirtwisseling (dames), en houdt overenthousiaste spelers, trainers, ouders en overige toeschouwers bescheiden in toom. De scheidsrechter krijgt (gebruikelijk) na afloop van de partij een hand van de spelers.
  • Bij een professionele tennispartij houden 8 (soms 10) lijnrechters in de gaten of de bal binnen, op, of buiten de lijnen valt: er zijn 6 lijnrechters voor de verticale lijnen en 2 (soms 4) voor de horizontale lijnen. Met roepwoorden en/of armgebaren maken ze hun waarneming duidelijk. Een 'uitbal' en een 'netbal' worden altijd hoorbaar aangegeven.
  • Ballenjongens en -meisjes rapen de ballen voor de spelers op en zorgen ervoor dat de speler die de opslag heeft de nodige ballen ontvangt. Verder verlenen ze de spelers tijdens het spel en de rustpauzes wat hand- en spandiensten.
  • Sinds 2007 wordt de scheidsrechter ook bijgestaan door een elektronisch systeem, de Hawk-Eye, dat de lijnen bewaakt. Iedere geslagen bal wordt gevolgd door een cameracircuit; op aanvraag produceert het systeem een animatie om te bepalen of de bal in of uit is. Beide spelers hebben het recht driemaal per set de hawkeye aan te roepen (dit heet een challenge). Het systeem werd al eerder gebruikt voor tv-uitzendingen. Bij wedstrijden op gravel is het systeem niet nodig, omdat daar de balafdruk als bewijs dient.

bewerk Records

bewerk Snelste tennisopslag

  • Andy Roddick (VS) vestigde op 24 september 2004 het record voor de snelste tennisopslag met 250 km/h (155 mph)[1]. Dat deed hij in de halve finale van de Davis Cup tegen Vladimir Voltchkov uit Wit-Rusland. Ter vergelijking: Roger Federer haalt gemiddeld een snelheid van 180 km/h.

bewerk Overkoepelende organen voor professioneel tennis

  • ITF (mannen en vrouwen, ook junior)
  • ATP (mannen)
  • WTA (vrouwen)

bewerk Zie ook

bewerk Externe links

bewerk Referenties

Referenties:
  1. ^ (en) Fastest Men's Tennis Serves op listafterlist.com
Overzicht tennistoernooien

All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog.