De talen van de wereld kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld. De meest gebruikelijke is die per taalfamilie. Talen binnen één familie zijn onderling verwant, wat wil zeggen dat zij zich hebben ontwikkeld uit een gemeenschappelijke voorouder. In veruit de meeste gevallen is deze voorouder slechts te reconstrueren aan de hand van overgeleverd materiaal. De status van onderstaande families is verschillend: sommige zijn onomstreden, andere zijn onderwerp van debat. Talen die niet kunnen worden ondergebracht in een familie heten geïsoleerde talen of isolaten.
Talen kunnen ook anders worden ingedeeld, bijvoorbeeld aan de hand van waar ze gesproken worden (geografisch), of aan de hand van gedeelde structuurkenmerken (typologisch).
Van belang is ten slotte ook de indeling, die door SIL wordt gehanteerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen:
- Levende talen: talen die nog steeds door mensen als eerste taal worden gesproken; voorbeelden: Nederlands, Engels
- Uitgestorven talen: talen die recentelijk (niet meer dan enkele eeuwen geleden) zijn uitgestorven en thans niet meer als eerste taal worden gesproken;
- Oude talen: talen die meer dan duizend jaar geleden zijn uitgestorven; om te kunnen worden opgenomen in ISO 639-3, moet een taal ten minste over een overleverde literatuur beschikken of anderszins goed gedocumenteerd zijn. Gereconstrueerde talen op basis van vergelijkende analyse zijn uitgesloten.
- Historische talen: talen die voortleven in moderne talen, maar toch worden beschouwd als afzonderlijke talen (zoals het Oudengels).
- Kunsttalen: talen die niet zijn ontstaan, maar ontworpen. Om voor een code in ISO 639-3 in aanmerking te komen, moet een kunsttaal over een literatuur beschikken en bestemd zijn voor menselijke communicatie. Gereconstrueerde talen en computertalen zijn van deze categorie uitgesloten. (bron: [1]) voorbeelden: Esperanto en Interlingua
bewerk Externe links
|