|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De Spaanse Burgeroorlog, die van 1936 tot 1939 duurde, was een gewapend intern conflict op Spaanse bodem tussen republikeinen, communisten (met steun van de stalinistische Sovjet-Unie), anarchisten en internationale vrijwilligers enerzijds en zogenoemde nationalisten en monarchisten (met steun van Nazi-Duitsland en fascistisch Italië) anderzijds. Het totale dodental, inclusief de communistische zuiveringen gedurende de oorlog en de nationalistische zuiveringen na afloop, bedroeg ongeveer een half miljoen mensen.
bewerk Aanloop tot de burgeroorlogIn 1931 werd in Spanje de Republiek uitgeroepen toen er na afloop van de verkiezingen rellen uitbraken en koning Alfons XIII het land ontvluchtte. Hoewel formeel een democratie, was het land politiek instabiel, wat veroorzaakt werd door een sterke tegenstelling tussen links en rechts. Aanvankelijk had links de meerderheid. Er werd een zeer linkse grondwet gesmeed, en betrokkenen bij de dictatuur van Miguel Primo de Rivera, waaronder Alfons XIII, werden streng gestraft. In november 1933 wonnen echter de rechtse partijen de verkiezingen, en veel maatregelen werden afgezwakt of teruggedraaid. Toen in oktober 1934 de (rechtse tot extreem-rechtse) CEDA tot de regering toetrad, kwamen in diverse delen van het land linkse krachten in opstand. De opstand, waarin onder meer Catalonië zich onafhankelijk verklaarde, werd echter de kop ingedrukt. In februari 1936 waren er nieuwe verkiezingen. De linkse krachten, verenigd in het Volksfront, wonnen, en er kwam een nieuwe linkse regering, waarin ook de communisten zitting hadden. In het land heerste echter een wetteloosheid. De op zich niet zeer radicale regering kon of wilde niet optreden tegen excessief antiklerikaal geweld van de kant van extreem-linkse groeperingen. Toen de regering ook nog begon te snoeien in het dure officiersbestand (Spanje had relatief veel hoge officieren), was voor vele legerofficieren de maat vol. De moord op de monarchistische politicus José Calvo Sotelo in juli 1936 vormde de aanleiding, en een groep officieren, aanvankelijk geleid door Emilio Mola, begint een staatsgreep. Het leger van Spaans Marokko, onder leiding van Francisco Franco, sloot zich bij de opstand aan, stak de Straat van Gibraltar over en rukte op naar het noorden. bewerk De eerste wekenDe opmars van de nationalisten/Falangisten nam dadelijk een aanvang op de dag van de coup. Vanuit het zuiden rukten de troepen noordwaarts op richting Madrid en via de kust naar Málaga. Deze toenmalige arbeidersstad en zijn omgeving bood felle tegenstand. Behalve een korte tegenreactie in de volkswijk Triana viel Sevilla vrijwel zonder tegenstand. In het noorden van Andalusië werden Granada en Córdoba ingenomen. De nationalisten prikten oostwaarts nog even door tot in Albacete, maar daar werd de opstand teruggeslagen. Hier werd immers de voor de republikeinen vitale verbinding tussen Madrid en Valencia bedreigd. Tegelijkertijd rukte generaal Mola vanuit Pamplona westwaarts op. Pamplona was het bolwerk van de Carlisten, die ijverden voor de terugkeer van de Koning en 100% gekant waren tegen de regering in Madrid. Zonder noemenswaardige tegenstand vielen alle binnenlandse Castiliaanse steden in hun handen. Na een dikke week hadden de nationalisten de volledige noordelijke helft van Spanje onder controle, uitgezonderd Baskenland en de kuststreek, waar hevige strijd bleef woeden. In de noordelijk helft van het Spaanse binnenland met steden als Ávila, Soria, Segovia, Salamanca, en Palencia waren de inwoners van oudsher vroom katholiek en het merendeel van de bevolking aldaar was de nationalisten gunstig gezind. Een kleine opsomming van de gebeurtenissen in belangrijke steden:
In het zuidwesten, de streek van Badajoz en Huelva waar nogal wat mijnwerkers woonden die de republikeinse kant kozen, waren de gevechten heviger. Het was de bedoeling dat generaal Yagué en zijn zuidelijk leger de nationalistische zone zou bereiken en daarbij Madrid niet rechtstreeks zou aanvallen. In Catalonië zagen de nationalisten hun opstand mislukken. De bevolking ging massaal in het verweer en tijdens de straatgevechten vielen vele slachtoffers. De republikeinen herpakten en organiseerden zich en gingen zelf in de tegenaanval in de richting van de nationalistische stad Zaragoza, waar een bekende officierenschool gevestigd was. Halverwege de twee steden stabiliseerde het front zich voor enige tijd langs de rivier Ebro. In de republikeinse zone, in feite het zuidoosten van Spanje en Madrid, kwam het leven langzamerhand ook op gang maar er was dikwijls onderlinge strijd, zowel verbaal als met de wapens, tussen de verschillende politieke strekkingen van links. Het gebeurde dikwijls dat de republikeinen voordat ze een plaats ontruimden nogal wat burgers van betere komaf, zoals notarissen, dokters, ambtenaren en geestelijken al dan niet met hun gezin, terechtstelden. In Madrid werden er zo honderden burgers, inclusief vrouwen en kinderen, in een grote ronde betonnen put gepositioneerd en langs verschillende zijden genadeloos neergemitrailleerd. Daarna werden de lichamen, sommigen nog in leven, overgoten met petroleum en in brand gestoken. Vaak vermeld worden ook de gebeurtenissen in de historische stad Toledo, halverwege Madrid en Sevilla. De plaatselijke bevolking vluchtte in paniek in het Alcazar Real, beschermd door zijn metersdikke muren. Onder hen waren veel militairen en vooral kadetten, of leerlingofficieren, vrouwen en kinderen. De gevechten met de republikeinen, die regelmatig de muren probeerde te dynamiteren, duurden twee maanden. De verschansten, waaronder ook vrouwen en kinderen, waren totaal uitgehongerd toen de nationalistische legers hen in de herfst van 1936 konden ontzetten. Ze hadden net tevoren hun laatste paard geslacht. bewerk 1937In februari 1937 rukten de nationalisten vanuit het noorden en vanuit het westen op naar Málaga. Ze werden hierbij geruggesteund door Italiaanse vrijwillige troepen. Het fel gehavende republikeinse leger vluchtte langs de enige overgebleven vluchtroute, de kustweg oostwaarts richting Almería via Motril, en werd daarbij van op zee fel beschoten door nationalistische schepen. Later in het jaar deden de republikeinen moeite om grondgebieden terug te winnen, maar het bleef meestal bij een paar tientallen vierkante kilometer. Er werden grote middelen ingezet die eigenlijk meestal resulteerden in relatief kleine gebiedswinst. Voorbeelden hiervan zijn offensieven ten noordoosten van Zaragoza, Guadalajara en Brunete. De nationalisten anderzijds veroverden in 1937 de gehele noordkust, met belangrijke steden als Bilbao, Santander, en uiteindelijk in oktober de laatste stad, Gijón. Deze operatie nam een klein jaar in beslag, maar leverde de nationalisten een geweldig grote gebiedswinst op, inbegrepen de belangrijke staal- en kolenindustrieën die er gevestigd waren. In dit voordien geïsoleerde gebied, leefden ook anderhalf miljoen mensen. De enige vluchtweg voor de republikeinen was de zee, maar er waren weinig zeewaardige schepen. De nationalisten konden zich vanaf nu concentreren op Madrid, Valencia en Barcelona. bewerk Het verdere verloopDe staatsgreep lukte dus slechts ten dele. Spaans Marokko en een aantal steden in Noord- en Zuid-Spanje vielen in handen van de zogenaamde nationalisten, maar in Madrid, Barcelona en andere steden mislukte de coup door arbeidersopstanden en doordat bepaalde legereenheden de regering trouw bleven. Marineofficieren die de coup steunden werden vermoord door hun ondergeschikten. De marine bleef trouw aan de regering maar 98% van de officieren was dood. Vooral in Catalonië was het verzet tegen de fascistische coup naar de macht sterk. Daar waren het in de eerste plaats de anarchisten die de legeropstand neersloegen, en onmiddellijk een revolutie voor de anarchie doorvoerden. Grond en productiemiddelen gingen over in handen van de boeren en arbeiders. De anarcho-syndicalisten van de CNT en hun broederorganisatie FAI - zij telden anderhalf miljoen leden - wisten gedurende verscheidene jaren de hele maatschappij op een vrije en gelijke wijze te laten functioneren, maar leden onder zware voedseltekorten en repressie door de NKVD-spionnen in republikeins gebied. Daarnaast leverden zij de meest besliste milities (bijv. de befaamde 'Durrutti-colonne') in de strijd tegen het fascisme dat onder leiding van Franco optrok. Na de dood van generaal José Sanjurgo werd Franco de leiding van de legeropstand aangeboden. Een bloedige burgeroorlog brak uit tussen de republikeinen, (die werden gesteund door de Sovjet-Unie en de Comintern) en de fascisten/falangisten en monarchisten (verdeeld in Carlisten en Alfonsisten), onder leiding van Francisco Franco] De grootste kracht in aantallen in Spanje, de anarchisten, vochten een verbeten strijd uit op twee fronten: aan het front tegen de fascisten, en achter het front, tegen de republikeinen (burgerij, staatssocialisten en -communisten), die de revolutie van de anarchisten wilden breken. De Volkenbond reageerde met een wapenembargo tegen Spanje, waarbij Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland en Italië de opdracht kregen de Spaanse territoriale wateren te bewaken om te zorgen dat dit embargo werd nageleefd. Duitsland en Italië zagen hun kans echter schoon en begonnen de nationalisten te steunen, met wapens en troepen. Duitsland stuurde het beruchte Condorlegioen, Italië stuurde duizenden soldaten. Toch was het Duitsland niet te doen om een snelle nationalistische overwinning. Goebbels, Duits minister van Openbare Voorlichting en Propaganda, schreef in zijn dagboek: "De burgeroorlog in Spanje moet zo lang mogelijk duren. Als de nationalisten winnen, heeft Duitsland een potentiële bondgenoot erbij. Maar als de oorlog voortduurt, zal Italië erin verstrikt raken, en zal Mussolini veel krediet verliezen bij Engeland en Frankrijk. Hij zal dan moeten terugvallen op de enige mogelijke bondgenoot die er nog is: Duitsland. Hoe dan ook, de Führer wint." Goebbels zou gelijk krijgen. In 1937 - een jaar nadat Italië zich met vrijwillige maar staatsbezoldigde troepen in het Spaanse conflict gestort had - sloten Duitsland en Italië een bondgenootschap, waarna Italië, in tegenstelling tot in 1934, de annexatie van Oostenrijk stilzwijgend steunde. De Italiaanse soldaten wisten overigens geen noemenswaardig resultaat te bereiken en wekten veelal irritatie op met hun weldoorvoede voorkomen. De republikeinen kregen steun van Mexico, geleid door antiklerikalen en radicaal-liberalen, en van de machtige Sovjet-Unie. Groot-Brittannië en Frankrijk durfden hierin niet te interveniëren, uit angst voor represailles van generaal Franco die invloed konden hebben op hun economie (zoals de mogelijkheid tot nationalisatie van de Britse belangen in de Spaanse kwikmijnen). De Britse regering werd ook zwaar onder druk gezet door de Amerikaanse ambassadeur Joseph Kennedy om neutraal te blijven. Vele Britten als Churchill neigden naar de kant van Franco, terwijl Frankrijk onder Léon Blum de Republiek en de linkse partijen prefereerde. Mexico stuurde wel enige steun, terwijl de Sovjet-Unie soldaten en tanks stuurde. De Sovjets stuurden echter ook NKVD-agenten, die zich tegen de anarchisten en de POUM (een marxistische partij die de revolutie van de anarchisten gunstig gezind was) richtten. Ook kreeg de regering steun van de Internationale Brigades, een mengsel van communisten, anarchisten en avonturiers, die en masse naar Spanje trokken om mee te vechten tegen het fascisme en voor de idealen van de revolutie. Na het Verdrag van München keerde De Sovjet-Unie zich af van het conflict in Spanje, dit vooral door de extreem passieve houding van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Zij gaven in het Verdrag immers Hitler de toestemming tot de annexatie van Sudetenland, in een poging tot vrede tegen elke prijs. De hulp van de Sovjet-Unie werd vervolgens geleidelijk minder waardoor het republikeinse leger uitgeput achterbleef. Stalin koos vervolgens voor een niet-aanvalsverdrag met Duitsland onder de vorm van het Molotov-Ribbentroppact. In 1937 bombardeerden Duitse en Italiaanse vliegtuigen genadeloos het kleine marktplaatsje Guernica in het Baskenland. Dit stadje had geen enkel strategisch belang. De nationalisten beweerden dat Baskische terroristen achter de verwoestingen zaten. Later zou Hermann Göring toegeven dat hij zijn nieuwe Luftwaffe wou uitproberen. Pablo Picasso getuigde van dit bombardement in zijn meesterwerk de Guernica (schilderij). De frontlinie schoof lange tijd heen en weer. Madrid werd ingesloten en belegerd, maar weerstond alle nationalistische aanvallen keer op keer. De republikeinen behaalden overwinningen, zoals de slag bij Guadalajara, maar de nationalisten knabbelden stukje bij beetje steeds meer land van de republikeinen weg. Ze verbonden hun noordelijke en zuidelijke deel door een corridor langs de Portugese grens te veroveren, en zetten toen een opmars naar het oosten in. De Middellandse Zee werd bereikt waardoor de republikeinse gebieden in twee delen waren gesplitst; een zuidelijk deel waarin de tijdelijke regeringszetel Valencia de belangrijkste stad was, en een kleiner noordelijk deel dat ruw weg Catalonië omvatte. Als een eiland in een nationalistische zee bleef Madrid de aanvallen afslaan. bewerk Einde van de burgeroorlogIn januari 1939 viel Barcelona en de republikeinse weerstand stortte in. Duizenden mensen vluchtten de Pyreneeën over; eind maart werd Madrid binnengetrokken en in april 1939 claimden de nationalisten de overwinning. Grote zuiveringen volgden; duizenden mannen, die in de Republikeinse legers hadden gevochten, werden in de daaropvolgende jaren geëxecuteerd. Vanaf 1939 tot 1975 was Spanje een dictatuur onder Franco. Voor Duitsland (en Italië in mindere mate) was deze oorlog een testgebied voor de latere Tweede Wereldoorlog. Sinds 1975 is de Spaanse troon weer bezet door Koning Juan Carlos, de kleinzoon van Alfons XIII (Franco had aanvankelijk de staatsvorm van nationalistisch Spanje in het midden gelaten, omdat Alfons XIII voor een meerderheid van de nationalistische fracties geen optie meer was en later gekozen voor een "monarchie zonder koning"; tot Franco's dood zou de troon dan ook vacant blijven). Belangrijk om weten is dat Juan Carlos de eed als koning aflegde door te zweren op de wetten van de Movimiento, opvolger van de Franquistische Falange, en de Bijbel. De continuïteit tussen Franco-Spanje en het koninkrijk werd zodoende vastgelegd. bewerk De burgeroorlog in jaartallen
bewerk De belangrijkste actoren: nationalisten en republikeinenNationalisten
Republikeinen
Catalonië (republikeinen)
Baskenland (Euzkadi; republikeinen)
Zie ook: Franco, Vallei van de gevallenen, Federico García Lorca, Miranda de Ebro, Carlo Rosselli bewerk TriviaDe Spaanse regering heeft op 24 juli 2006 een wetsvoorstel ingediend waarmee alle symbolen die verwijzen naar de dictatuur van generaal Franco uit het straatbeeld en het openbare leven worden gebannen. Aan het wetsvoorstel is enkele jaren gewerkt. Als het door het parlement komt, moeten lokale overheden alle verwijzingen naar Franco, die regeerde van 1939 tot 1975, uitbannen. Het sociaaldemocratisch bewind is daarnaast wel nog van plan om de rijksarchieven uit de Franco-periode voor iedereen toegankelijker te maken. bewerk Film
bewerk Verdere links
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog. |